TOS en Leren lezen

TOS en leren lezen. Een kind dat moeite heeft met het spreken en/of het begrijpen van taal, heeft een verhoogd risico op problemen met lezen en schrijven. Oftewel: een taalontwikkelingsstoornis (TOS) gaat nogal eens samen met een zwak tekstbegrip of zelfs dyslexie. ‘Kinderen met TOS hebben daarom therapie nodig waarin aandacht is voor de mondelinge én de schriftelijke taal’, zegt NVLF hoogleraar Logopediewetenschap Ellen Gerrits.

Daan (8) heeft grote moeite met het spreken en het begrijpen van taal. Vier jaar geleden kreeg hij de diagnose TOS. Hiervoor is Daan in behandeling bij een logopedist die de laatste tijd vermoedt dat er meer speelt bij Daan dan alleen TOS. Hij heeft grote moeite met technisch lezen: hij leest erg langzaam en maakt ook veel lees- en spelfouten. Hoewel het bij kinderen met TOS door hun zwakke taalvaardigheid vaker aan tekstbegrip schort, besluit de logopedist toch melding bij de school te maken van een vermoeden op dyslexie. Het lijkt erop dat Daan een klank niet aan een letter kan koppelen. Doordat hij moeite heeft met technisch lezen, leest hij minder waardoor hij ook een zwak tekstbegrip blijft houden. Bovendien krijgt hij geen ondersteuning van schriftelijke taal voor zijn mondelinge taalproblemen.

TOS, leesproblemen en dyslexie
Kinderen met TOS hebben vaak een zwak tekstbegrip omdat ze moeite hebben met complexe zinnen en hun woordenschat beperkt kan zijn. Opvallend veel kinderen met TOS hebben ook dyslexie. Dyslexie is een hardnekkig probleem in het aanleren van accuraat en vlot lezen en/of spellen op woordniveau. TOS en dyslexie zijn allebei taalstoornissen, maar de eerste uit zich in de mondelinge taal, terwijl de andere betrekking heeft op de schriftelijke taal. Dat er een relatie is tussen TOS en dyslexie blijkt onder meer uit een studie* in 2000, zegt Ellen Gerrits. ‘In deze studie werden bij 102 kinderen met TOS ook leestesten afgenomen en bij 110 kinderen met dyslexie werden taaltesten afgenomen. 55% van de TOS kinderen bleek ook dyslexie te hebben en 53% van de kinderen met dyslexie ook TOS. Minstens de helft van alle kinderen had dus én TOS én dyslexie, zonder dat dit bekend was.’

Deze studie werd in Australe uitgevoerd maar ook in Nederland kan het voorkomen dat de ene stoornis de andere maskeert. Gerrits: ‘Ooit deed ik een studie naar luisterproblemen van kinderen van negen tot elf jaar in het reguliere onderwijs. Aan de leerkrachten vroeg ik om kinderen te selecteren die geen mondelinge taalproblemen hadden, maar wel zwak waren in lezen en spellen. Bij alle geselecteerde kinderen namen we lees- en taaltesten af. Hieruit bleek dat toch nog 25% van de kinderen heel zwak op taal scoorde, ondanks de selectiecriteria voor de leerkracht. Dat vind ik zorgelijk want dit suggereert dat de mondelinge taalproblemen echt gemist worden.’

Signalen van TOS

Relatie taal en lezen
De ontwikkeling van mondelinge taal verloopt bij de meeste kinderen bijna vanzelf. Daarom wordt over taalverwerving gesproken in plaats van taalleren. Lezen en schrijven gebeurt niet spontaan, hiervoor moet het kind leren hoe het klanksysteem gekoppeld wordt aan letters, het schriftsysteem. Gerrits: ‘Elke taal heeft hiervoor eigen regels. Niet alle klanken die we uitspreken, schrijven we op. Wie goed is in mondelinge taal, is meestal ook goed in schriftelijke taal. Maar er is geen een-op-een relatie. ‘Uit de studie die ik eerder beschreef blijkt dat bij ongeveer de helft van de kinderen sprake is van beide stoornissen. Je kunt dus ook dyslexie hebben en toch goed kunnen praten. En je kunt TOS hebben en toch goed technisch kunnen lezen.’

Protocol dyslexie
De protocollen Leesproblemen** en Dyslexie*** geven uitleg over de stappen van signalering tot diagnose. Het onderwijs heeft hierin een belangrijke rol, ten eerste natuurlijk om goed taalonderwijs aan te bieden. ‘Ondanks intensieve ondersteuning op school kan het lezen en spellen bij een kind toch stagneren’, zegt Gerrits. ‘Dan kan het kind worden verwezen naar de zorg voor diagnostiek met als hulpvraag een vermoeden van ernstige enkelvoudige dyslexie.’

Signalen van TOS

 








Lezen verbetert de mondelinge taal

Kinderen met TOS kunnen hun tekstbegrip verbeteren door veel te lezen, zegt Gerrits. ‘Het schriftbeeld van woorden en zinnen helpt ze ook bij de ontwikkeling van de mondelinge taal. Door het lezen leren kinderen nieuwe woorden en leren ze complexe zinnen beter te begrijpen.’ Maar voor de kinderen die ook dyslexie hebben, is die winst minder groot; zij hebben immers ook moeite met technisch lezen en het automatiseren van de koppeling van klanken aan letters. ‘Het positieve effect van lezen is bij hen dus beperkt. De technische leesproblemen hebben daarom een negatieve invloed op de taalvaardigheid.’ Kinderen met TOS kunnen ook minder goed ‘radend lezen’: ze compenseren het zwakke technisch lezen niet met sterke semantische en syntactische vaardigheden. ‘Kinderen met zowel TOS als dyslexie hebben daarom therapie nodig waarin aandacht is voor de mondelinge én de schriftelijke taal.’

Signaleringsfunctie
Dat kinderen met TOS in de helft van de gevallen ook dyslexie hebben, wordt lang niet altijd herkend. Andersom geldt hetzelfde: als een school dyslexie vermoedt en het kind aanmeldt bij een behandelaar, kijkt deze meestal alleen naar het schriftelijke taalprobleem – dat was immers de hulpvraag – en niet zozeer naar de mondelinge taal. De professional die een kind het eerste tegenkomt, bepaalt in principe de diagnose. Gerrits: ‘TOS signaleer je meestal eerder dan dyslexie, al vanaf drie jaar. Op dat moment weet je natuurlijk nog niet of een kind ook dyslectisch is. Maar je kunt de eerste stappen van het leesproces wel goed monitoren. Logopedisten die kinderen in groep 1 en 2 behandelen, kunnen in kaart brengen hoe vaardig het kind is in het fonologisch en foneembewustzijn, het koppelen van klanken aan letters, het lezen van de eerste woordjes etc.’ Daarom hebben logopedisten een duidelijke signaleringsfunctie – zowel bij het herkennen van TOS bij een kind met dyslexie als dyslexie bij een kind met TOS, zegt Gerrits. ‘Logopedisten zijn expert op het gebied van TOS en bekend met de kenmerken van dyslexie. Er zijn ook logopedisten met een specialisatie dyslexie die betrokken zijn bij dyslexiezorg, bijvoorbeeld in audiologische centra die ook diagnostisch onderzoek naar dyslexie in hun pakket hebben. Of die als behandelaar werken in samenwerking met een GZ-psycholoog of orthopedagoog die als hoofdbehandelaar optreedt.’

Risicofactoren en preventie
Dyslexie kan, net zoals TOS, genetisch bepaald zijn. ‘Een logopedist brengt deze risicofactor in kaart door in de anamnese na te gaan of dyslexie in de familie voorkomt’, zegt Gerrits. ‘Logopedisten hebben, naast de rol in het signaleren van dyslexie, ook een belangrijke rol in de preventie van leesproblemen. Preventief werken aan leesproblemen betekent via taaltherapie zorgen voor een goede spraak- en taalvaardigheid, als basis voor het leren lezen en spellen. Daarnaast kun je bij kleuters al oefenen in fonologisch bewustzijn en letterkennis.’

* McArthur, G.M., Hogben, J.H., Edwards, V.T., Heath, S.M. and Mengler, E.D. (2000) On the ‘specifics’ of specific reading disability and specific language impairment. Journal of Child Psychology and Psychiatry and Allied Disciplines, 41, 869-874
** https://expertisecentrumnederlands.nl/protocollen-leesproblemen-en-dyslexie-voor-het-basisonderwijs
*** https://expertisecentrumnederlands.nl/aan-de-slag-met-leesproblemen-en-dyslexie-in-het-voortgezet-onderwijs

Bron: NVLF

Meer weten over de signalen van TOS? Lees het hier.