Slissen en lispelen

Veel kinderen slissen en lispelen. Wat is het verschil tussen slissen en lispelen? Wat is de relatie met afwijkend mondgedrag zoals duimen en afwijkend slikken? We leggen het uit.

Slissen en lispelen

Verschil tussen slissen en lispelen

Veel mensen vinden slissen en lispelen storend om naar te luisteren. Het is een afwijkende manier van praten die de verstaanbaarheid negatief kan beïnvloeden. Slissen is het meest bekend bij iedereen, maar lispelen komt vaker voor en wordt vaak onterecht slissen genoemd. Het zijn twee totaal verschillende afwijkende tongbewegingen voor het produceren van de klank /s/. Maar wat is nu precies het verschil tussen slissen en lispelen?

  • Bij slissen zijn de zijkanten van de tong laag in de mond in plaats van hoog aansluitend tegen de bovenkiezen. Het gevolg is dat er lucht aan de zijkanten van de tong ontsnapt als de /s/ wordt uitgesproken.
  • Bij lispelen is het zo dat de punt van de tong met praten tussen de tanden door komt in plaats van dat deze netjes achter de tanden blijft. Dat maakt ook dat lispelen veel meer zichtbaar is dan slissen. De punt van de tong blijft bij slissen immers wel achter de voortanden.

Hieronder ziet u een voorbeeld van een meisje dat lispelt. Haar tong komt met het praten tussen de tanden door.


Logopedie kan helpen om de verkeerde uitspraak van de /s/ te verbeteren. Dit maakt dat de verstaanbaarheid direct verbetert.
Hieronder ziet u het resultaat van de logopedische begeleiding. De uitspraak van de /s/ is correct met het spreken.


De relatie tussen slissen en lispelen en afwijkend mondgedrag

Veelal is langdurig afwijkend mondgedrag als duim- of speenzuigen een van de mede-oorzaken voor het slissen en lispelen. De tong ligt gewoonlijk als je niet praat tegen het gehemelte. Door langdurig duimzuigen of ‘spenen’ wordt de tong gedwongen om laag in de mond te blijven liggen. De duim of de speen drukt de tong naar beneden. Dit heeft invloed op de motoriek van de tong.
De tong heeft veel kracht. Als de tong niet de juiste positie in rust en met spreken heeft, kan dit ook invloed hebben op de stand van het gebit.
Daarom is vaak zo dat kinderen die bij de orthodontist een beugel krijgen, doorverwezen worden naar de logopedie omdat de mondgewoonten en het slissen en lispelen ook aangepakt dienen te worden. De beugel heeft op langere termijn anders veelal onvoldoende effect. Er vindt een terugval plaats (het gebit gaat weer scheef staan). Samenwerking tussen orthodontist en logopedist is dus essentieel.

Wij werken op alle locaties intensief samen met de tandartsen en orthodontisten.

Voor meer informatie over de spraak gaat u naar de website van de beroepsvereniging NVLF.